Mijne vent is nog steeds dezelfde: verwacht tegen 19 uur komen we al tegen half zeven op het verloskwartier toe. Maar even later zal ik hem dankbaar zijn, want nauwelijks een uurtje later zijn er koppels naar huis gestuurd omdat er geen plaats meer is. Ik ben al blij dat ik hier in een bedje lig, te wachten op wat gaat komen.
Voorlopig komt er nog niet veel. Een rustige monitor en een tabletje tegen 23 uur. Een een goede nacht gewenst. Om 04 uur zitten we al aan drie centimeter, een verkorte maar nog niet volledig verdwenen baarmoederhals en nog een tabletje, geplaatst door een vakkundige vroedvrouw. Ik sukkel terug in slaap. Sukkel, want ik droom dat ik bevallen ben bij een alternatieve genezer, waarna onze kinderarts een kijkje komt nemen (Dokter Tom, Milan had het toch voorspeld), bijgestaan door Peter Van Den Begin als stagiaire. Nadat ik er zeker van ben dat ik nog steeds zwanger ben, worden om half acht mijn vliezen gebroken, even taai en moeilijk te vinden als bij Milan. Een ware tsunami, maar dan in golfkes. We maken er nog grapkes over. Nu lachen we nog, nu mogen er nog grapjes gemaakt worden. Nu nog wel.
De gynaecoloog komt kijken en bestelt een infuus tegen een uur of negen. Nu is het gedaan met spelen. Nu wordt het bittere ernst. Nu wordt het werken. Ik werk dan ook en puf alle weeën weg. Met de hulp van Tom en vroedvrouwen Kathy en Carine lijkt het ook te lukken. Toch voel ik een zekere teleurstelling wanneer blijkt dat ik nog op 4 centimeter zit. Weliswaar een goeie 4 centimeter, maar mij lijkt het eerder “maar” 4 centimeter. Ondertussen wordt het er niet beter op. Das de bedoeling, dat weet ik ook wel, maar toch… De gynaecoloog merkt op dat het bittere ernst is want ik kan zelfs niet meer lachen en zo kent hij me niet. Ja halo… Hij feliciteert me omdat ik nog steeds geen epidurale heb gevraagd. Maar ik moet nu wel beslissen. Het kan snel gaan en het is niet bedoeling dat je een epidurale steekt die geen nut meer heeft. Tussen het gepuf door, besluit ik het nog even aan te zien. Maar plots blijven we steken op 7 centimeter. Zeven en geen millimeter meer. Zelfs geen halve. En ik zie af. Ik zie zo af dat ik eerder hyperventileer dan puf. Ik bedenk dat ik dit nooit meer wil meemaken, dan maar geen drie kindjes. Tom kan het niet meer aanzien en ook de vroedvrouw stelt voor om toch niet beter… Maar ik denk: toen het bij Milan zo kwaad begon te gaan, toen alles begon te tintelen, was het zwaarste achter de rug. Als ik toch nog even… Maar Milan zijn geboorte-uur passeert en ik begin de moed te verliezen. Er is nu geen houvast meer. Het kan voorbij zijn binnen een uurtje, het kan ook nog drie uur duren. En drie uur, dat kan ik niet meer aan. Ik stem toe en binnen de tien minuten is de anesthesist er.
De epidurale steken (of laten steken) dat valt goed mee. Als de groene schort me vraagt om nog meer dubbel te plooien, vraag ik hem of hij hier al zo eens gezeten heeft terwijl er een wee opkomt. Ik zie niet of hij lacht, ahnee, want hij zit achter mij, verscholen achter een groen kapke. Ik voel een warmte in mijn rug, een bult naast mijn ruggegraat en plots elektriciteit in mijn rechter voet. Zo plots dat ik schreeuw. Waarschijnlijk heeft heel Gent het gehoord. Tom zit van het verschieten op zijn gat en ik verdenk de vroedvrouw ervan ook een sprongetje gemaakt te hebben. Maar de pijn is weg. Pijn waarvan ik dacht dat ik ze niet had. Ik had ze dus wel want nu heb ik ze niet meer. En het is waar wat ze zeggen, een epidurale is zalig. Zo zalig dat ik bedenk dat ik de volgende keer gewoon meteen een epidurale vraag. Neh! Ja, de volgende keer…
Ik moet nu wel op mijn zij blijven liggen en puf de weeën vrolijk weg. Nou ja, vrolijk, maar toch beter en makkelijker dan even geleden. Kathy komt nog even “polshoogte nemen” en vraagt me om op mijn rug te gaan liggen want ik moet bevallen…
“Pardon, bevallen, nu of wa???”
Ze lacht, “ja, nu, tenzij ik andere plannen heb…”
Ik heb sinds de epidurale nog 5 weeën gehad. Vijf!! Maar blijkbaar was ik meer aan het tegenwerken dan dat alles hier vooruit ging. En blijkbaar had ik die epidurale wel nodig, gewoon om aan die felbegeerde 10 te geraken. Maar ik ben er en alles wordt in gereedheid gebracht. Ik herinner me nog dat ik die persweeën bij Milan moeilijk kon tegenhouden, maar nu voel ik eigenlijk weinig verschil met gewone weeën.
Bij iedere perswee voel ik ons meisje opschuiven. Het geeft me de kracht om door te gaan. Ik kan haar zelf laten geboren worden en Tom kan de navelstreng doorknippen. Ik laat onze tranen de vrije loop. Er is toch geen houden aan. Op mijn buik ligt het mooiste meisje (euh meisje? minuutje, check, yep, meisje!) van de hele wereld. Het is 12u50, een uurtje later dan bij Milan. Cato heeft, in tegenstelling tot Milan, geen seconde afgezien. Haar hartslag bleef constant, in de mate dat je een hartslag van een baby tijdens de bevalling constant kan noemen. Maar deze keer is de hele bevalling in alle kalmte kunnen verlopen. Cato mag een uurtje bekomen, dicht bij mama.


