Da’s nog altijd 20.
Twintig.
Maand.
20 maanden maat, is die kleinste van mij. Nog 4 maand en ze moet al 2 kaarskes uitblazen. Vandaag volgend jaar zit ze bijna aan haar derde maand van haar schoolcarrière. Allee, komaan, da kan toch nie???? Ze is al langer bij ons dan dat de periode geduurd heeft totdat we zwanger waren. Uiteindelijk was dat niet zo een leuke tijd en is het misschien daardoor dat het zo lang lijkt. Maar toch…
Twintig maand…
Amai…
Enfin, terug naar de orde van de dag.
Cato loopt hier rond alsof ze nooit iets anders heeft gedaan. Met de nadruk op “lopen”. En klimmen. Doet ze ook als de beste. ‘t Zou me niets verwonderen als da klein spook in ‘t circus gaat. In de zetel, op de stoel, op haren triptrap. Hoe hoger, hoe liever! Op de bankskes, op de tafel. Haar lage tafel, maar toch. Ogen komt ge tekort. Als ge met mij belt en ze is in de buurt, gegarandeerd hoort ge me gedurende het gesprek wel een paar keer roepen. “Kom daar af!”, “Klim daar toch nie op!”, “Doe da nie, ge gaat u pijn doen!”
“Laat ze gerust!” Maar dat is dan meer op Milan. Want hij kan ze geen minuut missen. En dat mag je letterlijk nemen. Hij laat ze niet gerust. Duwen, trekken, haar de weg versperren, achter haar lopen, voor haar lopen, tegen haar lopen, aan haar been trekken als ze zit, aan haar been trekken als ze loopt,… Ge kunt het niet bedenken of het is hier al gebeurd. Tot dusver zonder onherstelbare schade. Gelukkig maar…
Ze babbelt. Meestal in het Catowaans, al durft er al eens een nederlands woordje tussenglippen. Mama en papa, uiteraard. “Di” als haar jas dicht moet. En met “ie ie ie jaaaaaaaaaa” * is ze al duchtig aan het oefenen tegen dat ze effectief die twee kaarskes moet uitblazen. De meest overtuigende “ja” komt ook regelmatig uit haar mond. Altijd eigenlijk. Al is het wel alleen maar “ja!” als het ook “ja” moet zijn. Als het nee is, dan schudt ze met haar hoofd. Of wiebelt ze met haar benen als ge ze opgepakt hebt op dat moment. En dan toont ze het u wel. Want begrijpen doet ze als de beste. A_lles. Werkelijk alles begrijpt ze. En opnieuw vind ik dat een vreemde vorm van communicatie. Bij Milan had ik dat ook. En laten we wel wezen, de eerste maanden van een taaltherapie is het ook enkel eenrichtingsverkeer. Dus ook op mijn praktijk word ik daar meermaals mee geconfronteerd. Ge zoudt denken dat ge dat gewoon wordt. Maar neen, ik vind dat nog altijd vreemd. “Cato, doe dat papiertje maar in de vuilbak.” Hup, en Cato is op weg naar de vuilbak (die ze uiteraard probleemloos vindt) met het papiertje in haar handen, waarna ze als een volleerde vuilnisophaalster de te droppen goederen dropt waar ze gedropt moeten worden. ‘t Is een gerief in huis, zenne!
Ik mag trouwens op huishoudelijk gebied zeker niet klagen. Eén van haar hobby’s is de vaatwas leegmaken. Helemaal leegmaken. Geen halfwerk voor ons madam. Dat betekent dus inclusief scherpe messen en breekbare borden, loodzware pannen en glazen kommen. U begrijpt, moeder is al een paar jaar van haar leven kwijt. Maar gelukkig nog niets van haar huisgerief.
Dansen. Tja, Cato zou geen meisje zijn als ze niet zou dansen, hé. Zit de creche daar voor iets tussen? Of ligt het gewoon aan het feit dat Milan en jongen is? Feit is dat hij nooit gedanst heeft. Milan keek wel nog niet naar TV op deze leeftijd. Cato wel, samen met haar broer, en wordt dus ook geconfronteerd met muziek en dansende bumba’s en zo van die toestanden.
Ze is een sociaal diertje. Eens ze in de creche is, is het duidelijk leuker aan de andere kant van het hekje, bij de andere kindjes, dan bij mama. Maar zo heb ik het graag. Op (Milans) school is ze een graaggeziene gaste, die al eens het kringgesprek op stelten durft zetten omdat het volgens madam hoog tijd is om de vissen te voederen. Die er ook helemaal geen probleem mee heeft om de klassen te verkennen. Ge kunt maar al voorbereid zijn op wat gaat komen, niewaar? Ze laat zich graag knuffelen door de andere mama’s. Al valt het wel op dat ze goed weet wie ze kent en wie niet. De kleuterjuffen heeft ze in ieder geval al goedgekeurd. En de andere mama’s zijn allemaal fan. Kan het ook anders gelijk ze handkusjes rondstrooit!! Gelijk een echte miss.
Ze zingt. De teksten zijn nog niet van een hoogstaand niveau, maar de ooooooohs en aaaaaaaahs en lalalalalala’s zijn duidelijk herkenbaar. Diezelfde oooooohs en aaaaahs en lalalalala’s beginnen trouwens ook al vanzodra ze een liedje hoort beginnen. Haar timing zit nog niet volledig juist, da’s waar, maar waar een wil is, is een weg…
Slapen is tijdverlies. En dan vooral ‘s middags. Bij het minste, geringste lawaaitje of droomke is ze wakker. En waar het vroeger al eens gebeurde dat ze wakker werd en gewoon mama riep, wordt ze nu steeds wenend wakker. Wat zeg ik? Schreeuwend!!! Vroeger een teken dat ze niet uitgeslapen was. Nu, jammer maar helaas, niets meer aan te doen. Als mevrouw wil opstaan, wil mevrouw opstaan. De opstandige moeder in mij durft nog eens te proberen en haar te laten schreeuwen, maar veel haalt dat niet meer uit. ‘t Is een volhouderke. Een kwartier, 20 minuten, een half uur schreeuwen… Ja, zelfs drie kwartier… Maar opstaan zal ze.
De wereld is immers veel te interessant en elke minuut dat ze niet op ontdekking gaat, is een minuut verloren. Een ontdekking waarin ze geleid wordt door haar grote broer. Onlangs zaten ze hier samen in hun kamp, boekskes te lezen. Komaan, kan je nog meer fier zijn op die twee wonderkes die je op de wereld gezet hebt?
Of ze het nu schopt tot circusartieste, vuilnisophaalster of zangeres, huisvrouw, danseres of dierenverzorgster… Miss België of ontdekkingsreizigster… Maakt niet uit. Wij koesteren haar al 20 maanden en beloven bij deze dat we daar nog een hele tijd bijdoen.
Gelukkige vermaanddag, lieve schat!
Dikke kus,
mama
* Catowaans voor “hiep hiep hiep hoera”.



Trots op je dochter!!! Mag je zeker zijn! En ook op zoonlief uiteraard!