Beter? Dat impliceert dat het ooit anders geweest is. Ooit? Nog maar gisteren, ja…
Het begon toen Tom woensdagavond twee uur na het laatste avondmaal datzelfde avondmaal professioneel in de WC-pot deponeerde. Het hek was helemaal van de dam toen ik een uurtje of drie later hem fijntjes nadeed. Wat volgde was een uitgekiende beurtrol waarbij we soms niet wisten hoe we ons nu het beste positioneerden. Enfin, u kent mij al, ik bespaar u steeds de details. Zo ook deze keer. Was het buikgriep? Maar allebei zo kort op elkaar? Misschien eerder een voedselvergiftiging. Maar wat was het effect dan op Bubbles? Hoe langer ik op en naast ‘t WC zat, hoe meer zorgen ik me maakte. Om drie uur besloot ik om het verloskwartier te bellen. De vriendelijke vroedvrouw (zijn er andere?) raadde me toch aan om eens langs te komen. Alleen maar om zeker te zijn dat alles down there in orde was. Pardon? Nu? Als in onmiddellijk?? “Euhja, best wel…” Oke, dan, het is maar een woord. Wat doet men dan? Men belt moeke uit haar bed, gooit wat lenzenvloeistof en een onderbroek en nen zak, scharrelt babyfoon bij elkaar, checkt SIS-en andere kaarten, verzamelt zakskes en nen emmer voor als de nood hoog wordt en placeert tenslotte een hoopje driejarige in zijnen autostoel. Diezelfde driejarige was allert genoeg om even te informeren waar we naartoe gingen en bleef rustig maar wel wakker gedurende de hele autorit.
Aangekomen op spoed vroeg ik een nierbekken en werden we doorverwezen naar het verloskwartier. Bloeddruk controleren, buik controleren en naarstig op zoek naar een hartslag. En daar was hij dan, een stevige hartslag die ons liet besluiten dat alles in orde was. Na tien minuutjes aan de monitor besloot Bubbles dat het genoeg geweest was. 23 weken blijkt heel vroeg om gedurende lange tijd de hartslag via de monitor waar te nemen, dus wij waren al meer dan content met de tien minuten auditief contact. Er kon zelf een glimlachje af van ons, al was het dan een beetje groen. Uiteindelijk was het de allereerste keer dat we onze kleinste spruit hoorden. Nog een Primperan-spuit in mijn poep en de raad om terug te komen als ik tegen ‘s avonds echt niets had binnengehouden. Dan zou ik aan het infuus vliegen, want het is niet de moment om uit te drogen. En ook bij koorts moest ik terug contact opnemen.
Thuisgekomen werd er nog een beetje gek*tst en ge**** en verwoede pogingen ondernomen om te slapen. Maar dat wou niet lukken. Ik ben wel heel de dag mijn zetel niet uitgekomen. Het retourneren van lichaamsvloeistoffen verminderde en stopte tenslotte volledig. Ik voelde me grieperig en vooral maar slapkes en doodmoe. Dan laat nen zwangere mens zich inenten tegen de seizoens- en Mexicaanse griep, krijgt ‘ie de buikvariant op zich gesmeten.
Vandaag, 36 uur na de start, voelen we ons beter. We functioneren weer redelijk normaal en vocht en voedsel blijft voorlopig waar het moet blijven. Wel zijn we twee-en-een-halve kilo kwijt en nog niet in staat om zware inspanningen te doen.
In de auto richting ziekenhuis merkte Tom op dat hij het wel knap vond dat ik zo practisch handelde, toen er vanalles ingepakt diende te worden. Hij zou enkel Milan in zijne pyjama in de auto gezet hebben en met een rotvaart vertrokken zijn. Dat belooft voor binnen een week of 17. Pas op, ook ik bedacht me dat het precies generale repitie was. En ‘s morgens besloot ik dat het geen goed idee is om ‘s nachts nar het ziekenhuis te moeten om te bevallen, want dat je dan doodmoe bent nog voor het zware werk zelfs nog maar moet beginnen. Maar ja, als alles vanzelf in gang schiet, heb je niet te kiezen natuurlijk…
Zij die nog een beetje gaan recupereren (lees: languit in de zetel en voor niets of niemand er uit), groeten u.


Wat een verhaal !