Het begon al vrijdagnamiddag, toen ik op zes(6) uur heel mijn huisje gepoetst heb. Moe maar voldaan plofte ik in de zetel, klaar om aan een nieuw weekend te beginnen.
Zaterdagochtend, toen we zaten te wachten op opa en bobonne, begaf onze TV het. Leuk is anders, maar gelukkig hebben we hier nog een (weliswaar kleiner) exemplaar staan. Dus we zaten niet meteen in de kosten. Opa kwam hout zagen, want Tom brengt paletten mee van zijn werk en het is nu eenmaal moeilijk om die “in hunnen gehelen” in onze houtstoof te krijgen. Als middagmaal maakten we crocque monsieur. ‘t Is te zeggen, Milan maakte de crocques. En eigenlijk is dat ook niet helemaal waar, want hij at eerst de helft van de hesp op en pas dan maakte hij de crocque. Maar ik stond er bij en keek er naar en moest me weeral bedenken dat die kleine held van mij serieus groot aan het worden is. Om twee uur trokken Milan, bobonne en ik naar de tweedehandsbeurs. Nu ben ik daar eigenlijk genen grote fan van. Ik heb het niet zo voor neuzen en snuisteren. Ik hou er ook niet van als je in de solden zo in nen hoop kleren moet gaan graaien, of op woensdag in den Aldi als er daar kousen verkocht worden. Dan heb je bijna een rugby-outfit nodig om niet verpletterd te worden aan die bakken. Dan maar liever geen kousen. Maar goed, het was een uistapje waard en je weet nooit. Als het aan Milan gelegen had, dan kochten we prompt heel diene bazaar op en bestelden in één moeite nen hele grote camion om alles thuis af te leveren. Gelukkig lag het niet aan hem. Ik vond een truitje van H&M voor € 2,5. Dat konden we niet laten liggen. Het was anders trouwens niet vet in Milan zijn maat. Tot 86 is er keuze genoeg. Als je geluk hebt, vind je hier of daar, goed weggestoken ook iets in 92. Maar Milans 98 had zijn kat gestuurd. Nu begrijp ik het ook wel, want driekwart van de kleren die Milan nu draagt of gedragen heeft, zijn (of zullen zijn, nu moet je niet denken dat zijne Majesteit hier in versleten lompen rond loopt hé) ook goed versleten. Als ze kleiner zijn, moet je gewoon sneller grotere kleren kopen en dan kan je die wel nog verkopen, want ze dragen die toch niet lang. Enfin, onze wandeling ging verder en net toen ik het opgegeven had, stonden er toch wel twee fietskes naar mij te lachen. En toen we Milan op het grootste exemplaar zetten, dan vond ik het ze schattig dat ik het niet kon weerstaan. En zo heeft ondergetekende, voor de allereerste keer ne fiets van vijf (5) euro gekocht op een rommelmarkt tweedehandsbeurs. En crossen dat die vent van mij doet!
Zondag werd er een winteruur in onze maag gestampt. Voor mij lijkt het die dag ontzettend lang te duren vooraleer we mogen eten. Milan die was gewoon vroeg wakker. Om zeven (7) uur al. We hebben dan maar van de nood een deugd gemaakt en voor de allereerste keer het zwembad hier uitgeprobeerd. Om half negen vertrokken, te voet (!) en om kwart voor negen zaten we al in het water. Milan had meer dan een half uur het kleine zwembadje voor hem alleen. En pret dat hij had! Er is daar een peuterploeterbad, maar ook een klein, ondiep instructiebad. Nadat Milan alles had uitgeprobeerd en gezien in het peuterbad, verlegden we onze grenzen en zijn actieterrein naar het kleine zwembad. Hij stapte zoals Armstrong deed op de maan, zo met van die trage reuzenstappen. Ik vond het grappig. En Milan ook, al vergeleek hij zichzelf waarschijnlijk niet met één of andere ruimtereiziger.
’s Middag staken we Milan in zijn bed en aangezien hij het daar bijna vier (4) uur volhield, zal ook dat wel een goed idee geweest zijn. Ondertussen maakten wij onze tuin klaar voor de winter. Het aangename weer verleidde ons later ook nog om een wandelingetje (voor Milan werd het een fietstochtje) te gaan maken. Ondertussen werd er ook nog brood gebakken, belandde er één cake in de vuilbak, wegens slechte cuisson (ne mens is nooit te oud om zijn vocabulaire uit te breiden), werd er in der haast nen nieuwen cake in de oven gestoken, is de was en de plas gedaan, ligt de strijk te wachten op de kaboutertjes en… heb ik genoten, met volle teugen, van mijn twee venten en van de zon en van de opgeruimdheid der dingen.
En wat dacht u, toen u de titel zag, Milan telt, maar nog niet zoals het hoort? Milan telt inderdaad, vlot tot veertienenhalf, maar vergeet steevast de drie en zegt dan met een ondeugende glimlach: “Mijan ve(rg)jeet d(r)ie. D(r)ie wenen”. De saddist!
